Banner
Banner

Onze beginselen

Initiatief vanuit Togo

Het initiatief voor onze projecten moet uit de bevolking zelf komen en de projecten moeten passen in de Togolese samenleving. Talrijk zijn de verhalen uit de wereld van de ontwikkelingssamenwerking van projecten die op verzoek van de sponsoren en niet van het land zelf zijn opgezet. Dat komt nog steeds in allerlei landen en op allerlei niveaus voor. Niet alleen landen maar ook ontwikkelingsorganisaties hebben hiermee te maken.

Wij kiezen daarom uitsluitend voor projecten die passen in de Togolese samenleving en door de bevolking gewenst worden. Daartoe hebben wij een Comité van Aanbeveling in Togo gevormd, dat bestaat uit mensen die vertrouwd zijn met de ontwikkelingsproblematiek, een onberispelijke reputatie hebben en voldoende onafhankelijk zijn om de projecten te kunnen beoordelen. Bovendien vragen we jaarlijks om een beoordeling van onze activiteiten aan een betrouwbare organisatie in Togo. Wij denken aan de kerk die zoals in veel Afrikaanse landen de rol van kritische tegenkracht vertolkt. Zie ook onze uitspraken over transparantie.

Gelijkwaardigheid

Onze projecten gaan uit van een volstrekt gelijkwaardige relatie tussen degenen voor wie de projecten bestemd zijn – de Togolese kinderen en hun families-, de medewerkers aan de projecten en de donoren. De projecten zijn geen vorm van liefdadigheid van het rijke Noorden ten opzichte van het arme Zuiden maar komen voort uit de constatering dat Noord en Zuid elkaar in wederzijds respect veel te bieden hebben en dat samenwerking voor beiden profijtelijk zal zijn.

Wie Afrika kent, weet dat haar dynamiek, sociale cohesie, economische potentie en gastvrije bevolking onze westerse samenleving op tal van punten ten voorbeeld gesteld kunnen worden. Op een aantal punten gaat het in een aantal Afrikaanse landen echter (nog) niet goed. Tegelijkertijd heeft de westerse samenleving Afrika veel te bieden op het punt van kennis en ervaring op economisch, technologisch en wetenschappelijk gebied. Maar ook in het Westen gaat het lang niet overal naar wens. Samenwerking kan het beste van beide werelden bijeen brengen.

Kleinschaligheid

Ontwikkelingssamenwerking is een moeizaam proces, waarbij we samen met vallen en opstaan leren van mislukkingen en hier en daar gelukkig ook successen. Grote projecten lopen vaak verkeerd af, grote organisaties verliezen de menselijke maat uit het oog en pikken minder goed de signalen van de werkvloer en uit de samenleving op. Dat zijn geen verwijten maar constateringen. Het is nu eenmaal heel moeilijk om de ontwikkeling van een samenleving te bevorderen door een bepaald project uit te voeren zonder dat ongewenste neveneffecten optreden.

Hoe groter het project, hoe moeilijker het resultaat is te voorspellen. Dat geldt overigens bepaald niet alleen voor Afrika. Ook in Europa lopen grote infrastructurele of sociale projecten vaak niet zoals ze bedoeld waren. Het lijkt op het schuiven van een kaart in een kaartenhuis zonder dat de rest omvalt. Wij denken dat we met kleinschaligheid de neveneffecten kunnen beperken. Kleinschaligheid past naar ons gevoel ook het beste bij de Togolese samenleving.

Zelfredzaamheid

Een bekend valkuil bij ontwikkelingssamenwerking is dat mensen afhankelijk worden gemaakt van ontwikkelingshulp. Uiteraard is dat niet de bedoeling van de donoren maar het draait er vaak wel op uit. Door die afhankelijkheid komt er nooit een gelijkwaardige relatie tussen donor en ontvanger. Het gevolg is dat er geen duurzame verbetering plaatsvindt. De remedie hiertegen is zelfredzaamheid bevorderen door de locale mensen vanaf het begin bij het project te betrekken, mensen in het land op te leiden om het project over te nemen en vooral vanaf het begin duidelijk te maken dat de projecten eindig zijn.

Onze stichting heeft enkele kleinere projecten die eenmalig zijn (zoals de lessenaars in scholen) en enkele grotere, die in de vorm van een pilot zullen worden uitgevoerd met een einddatum van 7 jaar na aanvang. Om daarna door te kunnen draaien zullen de overheid en/of maatschappelijke instanties nauw bij het project worden betrokken, zodat zij de zaken te zijner tijd over kunnen nemen.

Transparantie

Over hulporganisaties is vaak kritiek, omdat hun activiteiten niet duidelijk zijn en hun uitgaven niet (goed) worden verantwoord. Onze stichting wil dit voorkomen door:

  • jaarlijks de boeken te laten controleren door een onafhankelijk accountantsbureau met een grote reputatie;
  • alle sponsoren minstens eenmaal per jaar persoonlijk bericht te sturen over wat er met hun geld is gedaan;
  • enkele keren per jaar aan alle geïnteresseerden een nieuwsbrief te verzenden, waarin verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beleid;
  • jaarlijks een rapportage te laten opmaken over de doelmatigheid van de activiteiten door een betrouwbare organisatie uit Togo (ministerie van Gezondheid, kerk etc.). Dit moet nog nader worden ingevuld.

De maatregelen genoemd onder a en d zijn van toepassing op de grotere projecten en activiteiten welke in het najaar van 2010 zijn gestart. Tot die tijd werden kleine projecten uitgevoerd waarover aan de sponsoren afzonderlijk verslag is uitgebracht.

1 euro in is 1 euro uit

Bij hulporganisaties wordt vaak veel sponsorgeld gebruikt voor fondsenwerving en voor de eigen organisatie. Dat kan soms wel 25% van het sponsorgeld zijn of nog meer. De Stichting kinderhulp Togo streeft ernaar om alle sponsorgeld geheel ten goede te laten komen aan de projecten voor kinderen in Togo. Dat zal misschien niet altijd lukken. Zo zijn er altijd kosten verbonden aan het overmaken van geld naar Togo maar die kosten kunnen heel laag worden gehouden. We hebben een paar belangrijke principes die ervoor zorgen dat de overhead laag blijft:

  • bestuur en directie betalen hun onkosten geheel uit eigen zak en krijgen geen salaris;
  • we werken in Togo met locaal personeel, dat tegen Togolese tarieven wordt betaald;
  • experts van buiten Togo worden alleen ingeschakeld, als de expertise in het land zelf niet beschikbaar is; als ze niet pro deo werken, worden deze experts uit een apart fonds betaald en dus niet uit de normale sponsorgelden;
  • controle op de uitgaven wordt niet uit sponsorgelden betaald.

Onafhankelijkheid

Wij werken los van overheden en maatschappelijke stromingen of organisaties. Het is belangrijk om zowel in Europa als in Togo niet afhankelijk te zijn van de overheid. Die is immers vaak een speelbal van de politiek en moet dus meebuigen met beleidsveranderingen. Wij willen daar niet van afhankelijk zijn. We zullen wel giften en expertise aannemen van overheden maar zonder voorwaarden te accepteren die aan onze onafhankelijkheid afbreuk doen. Als die onze onafhankelijkheid bedreigen, zullen wij afstand houden en zo nodig hulp weigeren. Voor ons is leidend het belang van de kinderen in Togo en uiteindelijk hoe de Togolezen dat zelf interpreteren.

 

Linkerfoto